donderdag 29 oktober 2020 | Home | Bestenlijsten | Bestenlijsten NL | Calculators | Nieuws | Records | Uitslagen | Wedstrijden | VZA Ranglijsten | Weer |
 
Wedstrijdagenda meer wedstrijden
Recente uitslagen
  meer uitslagen
za 10-10: Wilhelminapolderloop Goes
zo 20-09: Trail By The Sea Renesse
zo 20-09: Dwars Door De Zwingeul Cadzand-Bad
za 19-09: 2e Wemeldingeloop
 

Staf Dobbelaere: een schaap met vijf poten?


zaterdag 20 juni 2020 - Auteur/Bron: Eddie Pekaar

De huidige generatie hardlopers, zal de naam Staf Dobbelaere waarschijnlijk niets tot weinig zeggen. Niettemin mag de in 2010 overleden West Zeeuws-Vlaming, beslist de oervader van het langeafstandslopen in onze provincie worden genoemd. Voor en tijdens de eerste jaren van de tweede wereldoorlog was hij succesvol op de middenafstand. In zijn beste jaren had Staf Dobbelaere de pech, door de bevrijding en de nasleep daarvan, niet aan de bak te kunnen. Eind jaren veertig pakte hij het hardlopen opnieuw op, maar verlegde hij zijn koers naar de langere afstanden. Betreurenswaardig is dat zijn nalatenschap in (vrijwel) niets wordt herinnerd. Uiteraard geldt dat ook voor Hein Cujé, een ander Zeeuws icoon. De Hulsterse atletiekbaan draagt tenminste nog de naam van Piet Vonck, maar baanbrekers voor het Zeeuwse langeafstandslopen als Staf Dobbelaere en Hein Cujé worden op geen enkele wijze geëerd.

Vooral Dynamica mag zich dit aantrekken, want beide baanbrekers waren ooit lid van één van de voorgangers, die in 1997 fuseerden tot de hedendaagse Walcherse atletiekvereniging. Een gemiste kans was om bij de opening van de nieuwe atletiekbaan in 2012 deze te vernoemen naar één van hen. Hoewel Hein Cujé, daar qua prestaties en als Walchenaar het meest aanspraak op zou hebben gemaakt. Maar wat niet is, kan vanzelfsprekend nog altijd. Evenzo mag de in 1984 opgerichte AV De Wielingen historisch besef worden verweten. Want zij zouden de pionier uit hun streek toch ook op een of andere wijze blijvend kunnen doen herinneren.

Onderstaand in chronologische volgorde een forse bloemlezing met krantenartikelen, die in de loop der jaren een fraai beeld van deze ondernemende en veelzijdige Zeeuws-Vlaming en zijn prestaties schetsen. Vermakelijk om te lezen is, dat bepaalde verhalen in de tijd smeuïger lijken te worden. Of de verteller daarvan de oorzaak is? In zijn laatste interview uit 1997 laat hij immers weten dat zijn geheugen hem steeds vaker in de steek laat. Of zou toch het enthousiasme van de interviewers daar debet aan zijn?

Marathonner G. Dobbelaere wordt kampioen van Nederland 800m bij junioren

uit PZC van 12 september 1938

Bij de Prins Hendrik bekerwedstrijden, welke gisteren te Amsterdam werden gehouden, werd tevens het 800m kampioenschap van Nederland voor junioren verwerkt. Aan dezen wedstrijd hebben twee Vlissingsche athleten deelgenomen, Dobbelaere van Marathon en J. de Buck van A.V. '35. Het is een schitterend succes voor Staf Dobbelaere geworden, Hij werd eerste en dus kampioen van Nederland in den fraaien tijd van 2 min. 8,9 sec. Hij verbeterde hiermede tevens het Zeeuwsche record, dat met 2 min. 10.8 sec, ten name van den E.M.M.'er C. van Opdorp stond met 1,9 sec.

De Buck eindigde niet onverdienstelijk op de zevende plaats. Er waren 17 deelnemers. Na den start, die door het aantal deelnemers, niet zonder incidenten verliep, o.a. werd een van Dobbelaere's loopschoenen, de z.g. spikes, finaal van zijn voeten getrapt, werd er direct een flink tempo ingezet. Na ongeveer een halve ronde nam Dobbelaere den kop en trok zich los van het peloton. Wel werd er gepoogd een aanval te doen, doch dan werd het tempo even versneld en de poging was mislukt. Op het laatste rechte stuk liep de A.A.C.'er Kunne nog wat in, doch Dobbelaere was onbereikbaar en onbedreigd ging hij dan ook als eerste door de finish, hiermede het Nederlandsche kampioenschap veroverende.

Met den trein van 9.06 uur kwam gisteravond de jeugdige kampioen alhier aan. Op het perron hadden zich vele clubleden en belangstellenden opgesteld om Dobbelaere te ontvangen. Onder daverende toejuichingen verscheen hij op het perron. Hier werden hem bloemen overhandigd en hield de voorzitter van Marathon, de heer J. Parent een korte toespraak, waarin hij Dobbelaere dankte voor wat hij had gepresteerd. Hij eindigde met een driewerf hoera voor den nieuwen kampioen.

De uitslag is als volgt: 1. G. Dobbelaere (Marathon) 2 min. 8,9 sec.; 2. D. Kunne, (A.A.C. Amsterdam) 2 min. 9,3 sec. ; 3. H. Noach (A.V. '23 Amsterdam) 2 min. 13.5 sec.; 4. D. Slegt (Holland, Leiden) 2 min, 14 sec.; 5. J. Kloos (Pro Patria Rotterdam) 2 min. 16 sec.

Zeeuwsch-Vlaanderen krijgt een athletiekafdeeling

uit PZC van 2 september 1941

Mooi zomerweer, een prachtig sportterrein en... een prima organisatie. Ziedaar, drie factoren die Zondag aanwezig waren om de te Schoondijke gehouden athletiekwedstrijden, in alle opzichten ten doen slagen. Voeg daarbij een groote deelname van athleten en voetballers uit alle deelen van onze provincie, de zoo onontbeerlijke meedewerking van de Schoondijksche autoriteiten, met burgemeester Van Rosevelt aan het hoofd, de enorme publieke belangstelling, dan kan het niet anders, of de organisator van deze wedstrijden, de Zeeuwsche athleet Staf Dobbelaere, kan tevreden zijn.

Er waren 1500 belangstellenden, een ongekende weelde voor athletiekwedstrijden in onze provincie. Op nagenoeg alle nummers was er spanning, de deelnemers gaven zich volkomen, zoodat er goede tijden werden gemaakt. Uit deze wedstrijden. bleek tevens dat er goede krachten schuilen die, bij deskundige ontwikkeling, een belofte voor de toekomst inhouden. Gelukkig staat het nu wel vast, dat er te Schoondijke een athletiekafdeeling tot stand zal komen. Reeds heeft zich een aantal leden aangemeld.

Over de wedstrijden het volgende: Begonnen werd met de 3000 meter. Onmiddellijk werd in een snel tempo geloopen, De Vlieger van Breskens, nam den kop. Spoedig konden eenige loopers het tempo niet volhouden, doch een zevental bleef bijeen. Na 8 ronden nam Geelhoed van Marathon, die zich heel tactisch had laten trekken, den kop over, De Vlieger zakte toen af. Tot plm. 150 meter voor de eindstreep werd Geelhoed nog bedreigd, doch hij bleek nog over voldoende reserve te beschikken en, met een formidabele eindspurt, onbedreigd te winnen. De voetballer J. v. d. Horst, van Z.C.F. uit Middelburg, werd goede tweede. Opvallend waren hier de goede resultaten van de voetballers.

Ook de 100 M., die in series werd geloopen, gaf goeden strijd. De Goesenaar Heijdens werd hier tenslotte eerste, terwijl zijn zijn clubgenoot H. v. d. Sluis, in den prachttijd van 24,3 sec. eerste werd op de 200 meter. De 1500 meter werd een onbedreigde zege voor Dobbelaere, die zijn concurrenten geen schijn van kans gaf. Zijn clubgenoot Fliers werd goede tweede, voor den A.V.-er Leijdekker.

Bij de 400 meter, die eveneens in series werd geloopen, had men de clou voor de laatste serie bewaard. In deze serie kwamen nl. tegen elkaar uit, v. d. Sluis, De Pagter en Dobbelaere. Van der Sluis bleek ook nu weer de sterkste, hoewel hij ernstig werd bedreigd. Aan Dobbelaere gelukte het met een uiterste krachtinspanning, De Pagter achter zich te laten.

Ook op de andere nummers waren de prestaties goed. Zoo bereikte bij hoogspringen De Pagter van A.V. '35, 1.70 m., waarmede hij de medaille won, welke burgemeester Rosevelt had uitgeloofd voor de beste prestatie der athleten. Van de Horst (Z.C.F.) won eenzelfde medaille voor de voetballers, Deze athleet werd ook bij discuswerpen no. 1, terwijl zijn clubgenoot Vader bij kogelsstooten met die eer ging strijken.

De 4 x 100 meter estafette gaf eveneens goeden strijd, hoewel de meeste loopers reeds een vermoeiend programma achter den rug hadden. Goes werd hier eerste. De Zweedsche estafette werd daarom door de athleten niet meer geloopen, behalve door Goes, die het tegen de voetballers opnam. Ook hierin werd Goes no. 1, doch met weinig verschil met de ploeg Oostburg. Dobbelaere liep hier nog maar eens mede voor Schoondijke.

Direct na afloop heeft burgemeester Rosevelt, die den geheelen middag de wedstrijden met groote belangstelling had gade geslagen, in hotel „De Zwaan" de talrijke prijzen, met een toepasselijk woord, uitgereikt. De heer Labruijere sprak namens het district Zeeland van de N.A.U., zijn groote bewondering uit over de organisatie en het welslagen van deze wedstrijden.

De resultaten waren :

3000 meter : 1. Geelhoed, Marathon, 10 min. 23.5 sec.; 2. J. v. d. Horst, Z.C.F., 28,3 sec.; 3. J. Vermeulen, Breskens, 10 min. 29.3 sec.

Athletiekafdeeling in Zeeuwsch-Vlaanderen opgericht

Onderafdeeling van de V.S.V. „Marathon" uit Vlissingen

uit PZC van 13 september 1941

Na de zoo goed geslaagde athletiekwedstrijden, Zondag 31 Augustus jl.. te Schoondijke gehouden, schreven wij reeds dat de belangstelling voor deze sport ook in Zeeuwsch-Vlaanderen zoo was toegenomen, dat de tijd rijp was voor de oprichting van een Zeeuwsch-Vlaamsche athletiekvereeniging.

Het bekende Marathonlid Dobbelaere, woonachtig te Schoondijke, die zich ontpopt heeft als een prima organisator, heeft intusschen niet stil gezeten en, gesteund door het bestuur zijner vereeniging en niet in het minst door vele ingezetenen van Schoondijke, wist hij het gedaan te krijgen, dat Donderdagavond een oprichtingsvergadering in hotel De Zwaan te Schoondijke kon worden gehouden. Daar waren o.a. aanwezig het bestuur van „Marathon", de burgemeester van Schoondijke, dr. Laming, het hoofd van de school, het bestuur van de voetbalvereeniging Schoondijke en vele anderen.

De voorzitter van „Marathon", de heer J. Parent, 'verklaarde dat, gezien de toeneemende belangstelling in Zeeuwsch-Vlaanderen voor de zoo schoone athletieksport, ,Marathon" besloten had in Schoondijke een onderafdeeling te stichten, bedoeld als afdeeling West Zeeuwsch-Vlaanderen. Het bleek dat alle aanwezigen zich daarmede konden vereenigen. De afdeeling zal een eigen bestuur hebben en een groote zelfstandigheid bezitten. Burgemeester F. A. van Rosevelt, die het eere-voorzitterschap gaarne aanvaardde, juichte deze oprichting van harte toe en beloofde allen mogelijken steun te verleenen. Tot voorzitter werd benoemd de heer G. Bruijnooge, tot secretaris-penningmeester de heer A. J. de Klerck, terwijl verder nog in het bestuur zitting namen dr. B. H. Laming, die zich tevens bereid verklaarde als clubarts te fungeeren, 'en de heer P. Huig, voorzitter van de voetbalvereeniging Schoondijke.

Daar het hier een afdeeling West- Zeeuwsch-Vlaanderen betreft, zal getracht worden het bestuur aan te vullen met personen uit andere gemeenten in dit district. De training zal geschieden onder leiding van Staf Dobbelaere. Verschillende interne kwesties, zooals contributies, materialen enz. werden nog besproken.

Het bleek dat de gevoerde propaganda reeds tastbare resultaten had opgeleverd, daar er zich nu reeds circa 40 leden hadden opgegeven, waaronder ook eenige dames, zoodat ook een dames afdeeling tot stand zal komen. Ongetwijfeld mag dit als een groot succes beschouwd worden.

Besloten werd om op Zondag 28 September te Schoondijke een 3 KM. veldloop te organiseeren. Als bijzondere attractie zal getracht worden den bekenden athleet Petit uit Limburg, een van de grootste tegenstanders van Dobbelaere, aan dezen veldloop te doen deelnemen, terwijl er tevens vele bekende loopers uit geheel Zeeland worden verwacht.

De voorzitter deelde nog mede dat, nu in West Zeeuwsch-Vlaanderen de totstandkoming van een afdeeling van „Marathon" zoo'n grooten steun heeft ondervonden, getracht zal worden ook in Oost Zeeuwsch-Vlaanderen spoedig een afdeeling op te richten.

Moeilijkheden en mogelijkheden bij de Zeeuwse athletiek

Druk seizoen te verwachten

uit PZC van 7 april 1950

Op de achttiende Maart werd in Middelburg met de Molenwaterloop het athletiekseizoen in Zeeland geopend en nu Zaterdag worden reeds de Zeeuwse veldloopkampioenschappen gehouden tegelijkertijd met de door de „De Zeeuwen" georganiseerde Paasveldloop. Voor Zeeland zal het dan de tweede keer zijn, dat 't zijn athleten ziet lopen. Maar voor enkele Zeeuwse athleten zal dit dan niet de eerste maal zijn dat ze hun krachten in een officiële wedstrijd gaan beproeven. Jaap de Waart heeft in Hilversum reeds aan het Westen de kracht van Zeelands athletlektoekomst laten zien en Staf Dobbelaere, de huidige kracht van de Zeeuwse athleten bij de diverse cross-country's,

Toch staat de Zeeuwse athletiek er niet zo rooskleurig voor. In het begin van het jaar legde bijna het gehele Districtsbestuur zijn functie neer en men kon slechts met veel moeite een nieuw bestuur samen stellen. Voor dit nieuwe bestuur zal het niet makkelijk zijn om aan Zeeland datgene te geven, waar het recht op heeft. Toch is men er reeds in geslaagd van het hoofdbestuur van de KNAU een subsidie voor het trainen te krijgen.

De athletiek heeft in Zeeland nooit die plaats kunnen innemen, die het eigenlijk verdiende. Wel brachten de oorlogsjaren enige opleving, evenals in andere provincies, maar de grote vlucht, die de athletiek bv. in Noord en Zuid-Holland en nu ook al in Zuid-Limburg en Twente nam, zag men in Zeeland toch niet.

Dan kampt Zeeland met nog een grote moeilijkheid. Steeds wanneer een Zeeuwse athleet een grote hoogte heeft bereikt en mee gaat tellen, volgt er vertrek naar het Westen des lands. Voor de athleet is dit misschien wel het beste, omdat daar de mogelijkheden voor zijn ontwikkeling voor het grijpen liggen, terwijl die in Zeeland gezocht en met veel moeite gevonden moeten worden. Maar voor de trainers in Zeeland is het bijzonder teleurstellend steeds weer een pupil die na lang oefenen iets is geworden, naar elders te zien vertrekken. Dit alles echter wil nog niet zeggen, dat nu de Zeeuwse athletiek tot ondergang is gedoemd. Zover is het gelukkig nog lang niet, al zal in de toekomst, zowel van Districts-, als verenigingsbestuur en niet in de laatste plaats van de athleten zelf, alle krachten worden vereist.

Toch heeft Zeeland athleten, die een hartig woordje zullen meespreken dit seizoen. Hans Harting is dan naar Amsterdam vertrokken. en al zal hij zijn kwaliteiten onder de vlag van A.A.C. demonstreren, hij is een Zeeuw, die door Zeeuwse trainers en in Zeeland groot is geworden. Wim Slijkhuis schijnt het bijltje erbij neer te leggen. Het is jammer, dat deze geboren athleet, door moeilijkheden met het KNAU-bestuur, daartoe besloten heeft. Voor Harting zal dit echter betekenen, dat hij nu de kans krijgt Nederlands beste 1500 m loper te worden.

Zeeland heeft intussen weer een uitstekende middenafstandloper, Walter Rootsaert, die vorig jaar juniorenkampioen van Nederland was en 18 Maart in Middelburg een uitstekende indruk maakte, Dan is daar Staf Dobbelaere, een van de 9 beste Nederlandse cross-country lopers en Jaap de Waart, een waardig opvolger van Rootsaert en dan nog Gerrit de Pagter, Jo Becks, Hank van Akkeren en nog veel meer athleten, die hier niet allemaal vermeld hoeven te worden, maar die Zeelands athletieknaam hoog zullen houden.

De plannen voor 1950 liggen nu op tafel, en het zijn plannen, welke zeker de Zeeuwse athletiek een stoot in de goede richting kunnen geven, Zo bestaat het voornemen om op 21 Mei in West-Zeeuwsch-Vlaanderen - waar steeds verschillende goede Zeeuwse athleten vandaan komen - een wedstrijd te organiseren met een internationaal karakter, hiertoe worden dan ook Belgische verenigingen uitgenodigd. Deze wedstrijden worden te Oostburg gehouden.

Op 11 Juni organiseert men te Vlissingen regionale wedstrijden, waarbij enkele bekende Nederlandse athleten invitatie-nummers zullen verwerken. De jaarlijks terugkerende Vlissingse Boulevardloop staat vanzelfsprekend ook weer op het programma, terwijl tussen deze wedstrijden diverse regionale wedstrijden gevlochten worden. Als waardige afsluiting van dit seizoen zal de Zeeuwse ploeg deelnemen aan de Vijf-districten-ontmoeting in Heerenveen. Zeeland zal dus dit seizoen zijn athleten veel en vaak bezig kunnen zien tegen andere Nederlandse en buitenlandse athleten en warm kunnen lopen voor de moeder der sporten. Want als juist het Zeeuwse publiek belangstelling gaat tonen voor de Zeeuwse athleten, dan hoeft hier de toekomst niet zo donker ingezien te worden. Maar toch blijft nog steeds "Alle hens aan dek geboden".

Athletiek in West Zeeuwsch-Vlaanderen

uit De Schakel van 25 augustus 1950

31 Augustus 1941. 1500 belangstellenden woonden op deze schitterende zomerse dag de athletiekwedstrijden te Schoondijke bij en genoten van de boeiende races. De 3000 meter werd gewonnen door de Schoondijkse athleet J. Geelgoed, die zowel de Middelburger van der Horst, als de Breskense visserman Jac. Vermeulen achter zich liet. De 1500 meter werd een onbedreigde zege voor Dobbelaere, die echter in H. v. d. Sluis op de 400 meter zijn meerdere moest erkennen, maar met een uiterste krachtsinspanning de Pagter achter zich kon laten.

5 October 1941. Nationale wedstrijden te Schoondijke. Het duel Slijkhuis – Dobbelaere, met minimum verschil gewonnen door de Zeeuw.

9 Mei 1942. Geslaagde veldloop te Schoondijke. Prachtige strijd tussen Dobbelaere, Vermeulen en v. d. Horst. Gewonnen door Dobbelaere voor Vermeulen, die v. d. Horst in de eindspurt onder de knie wist te houden.

21 Juli 1942. Nationale wedstijden te Schoondijke, ongeveer 1800 belangstellenden. Spannende strijd op de 1500 meter. Dobbelaere verslaat Han de Roode. Lamoree haalt 3,65 op polshoog.

9 Augustus. 1942. Een grote dag voor Breskens. Mevr. Fanny Blankers-Koen zegeviert over de gezusters Adema en brengt de 1600 aanwezigen in extase met een hoogtesprong van 1.65 m.

6 September 1942. Nationale wedstrijden te Oostburg. Onder de deelnemers namen met klank, zoals Slijkhuis, de Roode, van Beveren en alle Zeeuwse sterren. Een zeer voldaan publiek, ongeveer 2000 man.

Dit alles gebeurde in de duistere jaren der Duitse bezetting toen het reizen vele moeilijkheden opleverde en West Zeeuwsch-Vlaanderen spergebied was en het dus dagen kostte om aan de nodige vergunningen te komen en dan alles nog maar aan een zijden draadje hing, want een woord van de een of andere Duitser en alle voorbereidingen waren voor niets geweest.

Nu schrijven we 1950, 5 jaar na de bezetting en waar blijven deze onvergetelijke sportgebeurtenissen, nu het reizen en al het andere zoveel gemakkelijker gaat? Is West Zeeuwsch-Vlaanderen weer een vergeten hoekje van Nederland geworden, is de zeer mooie athletiek voor dit deel van Nederland verloren? Nog ver van daar, nog bezitten wij West Zeeuwsch-Vlamingen van het goede soort en zal geheel de Nederlandse athletiek wedervaren dat de wedstrijden in de bezetting geen tijdelijke opleving was.

Wederom zal West Zeeuwsch-Vlaanderen een middelpunt voor deze mooie sport worden, die de moeder aller sporten genoemd wordt. Nog dit seizoen zullen we weer kunnen genieten van een spannende strijd en voor Zeeland iets nieuws, want het ligt in de bedoeling om 1 October een 25 kilometer wegwedstrijd te organiseren, waarschijnlijk lopende langs het traject Schoondijke-Breskens-Schoondijke-Oostburg-Schoondijke.

Onderhandelingen zijn reeds aangeknoopt met Joop Overdijk, de 43-jarige onverwoestbare en harde treinloper, die met zijn hoog tempo vele jongere athleten op de knieën kan krijgen en die veelvuldig marathonkampioen (42,195 km.) van Nederland is geweest, en dit jaar door ziekte verhinderd was zijn titel te verdedigen, maar nu een gelegenheid zal krijgen om de huidige titelhouder, de P.S.V. man Moons, te betwisten.

Ook andere aanspraakmakers op een eerste plaats zullen echter hoogstwaarschijnlijk van de partij zijn. De 25-jarige van de Zande uit Halsteren, die Nederlands kampioen op de 25 km. is en deze afstand liep in 1 u. 27 min. 29 sec. Verder heeft reeds toezegging gedaan, D. Slegt de taaie, altijd zwoegende Eindhovenaar en andere athleten van naam zoals F. de Groot, van Rijn, Westerhof, Bamberg, kortom, alle vooraanstaande fondmannen van Nederland.

En wat stelt Zeeland in het bizonder West Zeeuwsch-Vlaanderen hiertegenover! Natuurlijk de Schoondijkse hazewind Staf Dobbelaere, die men dagelijks op boven genoemd traject kan zien trainen en die met alle kracht het hoofd zal bieden aan de niet Zeeuwen en zal vechten voor een eervolle plaats.

Ongetwijfeld zullen allen die in de bezetting genoten hebben van de boeiende wedstrijden getuige willen zijn van deze harde eerlijke en sportieve strijd. Op dus, naar een jaarlijkse 25 km. wedstrijd, in West Zeeuwsch-Vlaanderen.

Athletiek te Schoondijke

uit Scheldebode van 29 september 1950

Voor de 25 km wegwedstrijd, welke te Schoondijke zal plaats hebben, bestaat een geweldige belangstelling. Niet minder dan 28 athleten zullen met elkaar de strijd aanbinden. Alle bekende lange afstandslopers hebben ingeschreven, waaronder Joop Overdijk van AAC uit Amsterdam, veelvuldig marathonkampioen van Nederland; Moons, de PSV-er uit Eindhoven, die Overdijk dit jaar het marathonkampioenschap ontnam; de recordhouder op de 25 km, A. van de Zande, de kleine man uit Halsteren; Wim van Rijn, de jonge Trekvogel uit Den Haag; De Slegt, de altijd doorzettende PSV-man, die dit jaar 2e werd op de Nederlandse kampioenschappen 10 km, van Veen een der kanshebbers op een van de eerste plaatsen, Poelsma de man uit ons hoge noorden van Vitesse Leeuwarden en vele andere, waaronder 4 Zeeuwen met als plaatselijke favoriet Staf Dobbelaere. Het belooft dus een harde strijd te worden. Doch niet alleen van de athleten bestaat er belangstelling, ook van de kant der medici is de belangstelling opgewekt voor deze krachtsinspanning.

Er zullen verschillende proeven genomen worden met deze athleten en voor en na de wedstrijd zal er een nauwkeurig onderzoek plaats hebben, om zodoende te kunnen constateren welke invloeden deze krachtsinspanning teweeg brengt op het menselijk lichaam. Ook het aanwezige publiek zal in deze proeven betrokken worden. Op het programma zullen ze kunnen invullen de gewichten der athleten van voor en na de wedstrijd; deze van voor de wedstrijd worden op het terrein bekend gemaakt, maar deze van na de wedstrijd moet men zelf schatten. Om de wedstrijd voor het publiek aantrekkelijk te maken, zal men op het terrein door middel van een geluidsinstallatie, een nauwkeurig verslag geven van het verloop der wedstrijd. Tevens zal er een 3000 meter veldloop gehouden worden, met deelname van Walter Rootsaert, van Akkeren, de Booy, Walker, van Leeuwen enz. Alles bij elkaar belooft het dus een belangrijke sportgebeurtenis in Zeeuwsch-Vlaanderen te worden.

Een sportief gesprek met Staf Dobbelaere, een van Zeeland's beste athleten

Meest gewaardeerde lid van AV '23 te Amsterdam

Uit PZC van 15 april 1953

Vader Dobbelaere zal zo'n kleine twintig jaar geleden wel eens zijn hoofd geschud hebben over de „activiteiten", die zijn zoon Gustaaf in Schoondijke tentoonspreidde. Staf kon toen al drommels hard lopen en het was zijn lust en zijn leven om „wedstrijden" te organiseren. Zijn vriendjes vonden dat wel aardig, maar omdat het o zo lastig was om van Staf Dobbelaere te winnen, hadden ze er niet altijd evenveel zin in. Om de wedstrijden aantrekkelijker te maken, loofde Staf prijzen uit: een paar centen van zijn weekgeld, St. Nicolaas cadeautjes, speelgoed, voetbalplaatjes en om het nog echter te maken, zette hij een duivenklok voor het raam van zijn vader's cafe om de tijden te noteren. „En bij de trainingswedstrijden liet ik ze wel eens winnen, maar 's Zaterdags, als er „echte" wedstrijden waren, dan moest en zou ik winnen", vertelde Staf, toen wij dezer dagen een praatje met hem maakten.

Niet lang daarna, in 1936, kwam Staf Dobbelaere in contact met de toenmaals bekende athleet Bruinooge uit Groede en onder diens wakende oog werd werkelijk goed getraind. Op 20 maart 1937 volgde Staf's eerste wedstrijd: De EMM-Bosloop te Domburg, waar hij bij de junioren op de vierde plaats eindigde. Anderhalf jaar later, op 11 september 1938 werd hij junior-kampioen van Nederland op de 800 meter. Van die tijd af ging het crescendo en Staf stelde de records op de midden-afstanden steeds scherper. Zijn beste tijd op de 800 meter is thans 1.58.7 en op de 1500 meter 4.10.4.

Dat Staf alles voor de athletiek over had, blijkt wel uit het volgende: op 3 november 1940, in het begin van de oorlog nam hij deel aan de bekende Silverrush. De verbindingen met Holland waren slecht en de 19-jarige Staf ging op de fiets. Hij werd toen achttiende. Op de terugweg moest hij tegen een zware stormwind optornen. Tussen Rotterdam en Dordrecht passeerde een verhuiswagen en Staf besloot zich te laten trekken. Een agent was het daar niet mee eens, maar na een beroep op diens sportieve gevoelens kwam Staf er met een boete van f 1.— af.

Tijdens de eerste oorlogsjaren ging Staf gewoon door met de athletiek en het uitkomen in wedstrijden. Het zou evenwel veel te ver voeren om een opsomming te geven van deze wedstrijden en de dikwijls heel goede prestaties, die hij daarbij leverde. In 1940 en 1942 werd hij bij de nationale kampioenschappen tweede op de 800 meter, in 1941 derde.

Een grote dag, was de 5e october 1941, toen hij in Schoondijke de 1500 meter won. Het was de enige keer, dat Dobbelaere Wim Slijkhuis wist te kloppen.

Het jaar 1943 was niet zo prettig. Staf moest onderduiken in Amsterdam, maar niettemin bleef hij lopen bij de athletiekvereniging AV'23. En zo kon het gebeuren, dat op de programma's de naam G. Vrij voor kwam, een wel zeer symbolische naam, waarachter Staf zich toen schuil hield. ,,Bij een van de wedstrijden was een verslaggever aanwezig, die me wel kende", vertelde Staf, „maar deze man had niet in het programma gekeken. Zodoende kwam in de uitslag toch mijn naam te staan, het gevolg, dat de politie ijverig ging zoeken waar ik was".

Gelukkig heeft men hem nooit kunnen vinden en dat was maar goed ook, want Staf zat midden in de illegaliteit. Zo was hij onder meer nauw betrokken bij de affaire Kitty ten Have. Toen deze bescheiden athleet eindelijk AV '23 verliet kreeg hij een onderscheiding als meest gewaardeerde lid van deze vereniging!

Eenmaal trok Staf per fiets in zijn onderduikperiode van Amsterdam naar Schoondijke en als camouflage had hij een paar spikes bij zich. De tocht ging via Antwerpen en toen hij bij Brasschaat kwam, merkte hij, dat daar athletiekwedstrijden werden gehouden. Staf bedacht zich niet lang, trok zijn spikes aan en werd tweede op de 100 meter, zesde op de 400 meter en vierde op de 1500 meter. Dat was op 6 september 1943 en het was zijn 99e wedstrijddag.

De jaren na de oorlog liet Staf niet erg veel van zich horen en hij dacht er menigmaal over om de athletiek vaarwel te zeggen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en zo was het ook met Dobbelaere. Juist in die jaren werd hij van vrijwel alle Zeeuwse records die hij op de midden-afstanden had gevestigd, beroofd door Hans Harting en Staf ging zich toen meer toeleggen op de lange afstand. Thans is hij Zeeuws recordhouder op de 10 km. (33.48.6), 1 uur hardlopen (16.784,75 meter) en 20 km. (1.17.23). De laatste tijd neemt Staf, die vorig jaar de medaille van verdienste van het district Zeeland kreeg, deel aan cross-wedstrijden, zoals de Cross des Nations en de Cross van Le Soir (54e uit 2000 lopers), waar hij ons uitvoerig van vertelde.

„De cross is de eerste aanloop tot de athletiek en wanneer men daarbij iets kan bereiken, komt men vanzelf wel tot de conclusie, voor welk loopnummer men het meest in aanmerking komt. Jammer, dat er in Zeeland te weinig belangstelling voor de athletiek is", zo vertelde Dobbelaere, die de laatste tijd hard aan het trainen is. Hij is vast van plan om zaterdag de Parkloop in Vlissingen te winnen!

Ten slotte vertelde Staf nog, dat hij thans stappen onderneemt om het Nederlanderschap - hij is nog steeds Belg - te verkrijgen, opdat daarmede vele moeilijkheden, die zich de laatste tijd hebben voorgedaan, tot het verleden zullen behoren.

Na zenuwslopend duel Hein Cujé snelste athleet in Zeeland op 10.000 meter

Dobbelaere en Bilius moesten capituleren

uit PZC van 29 september 1955

Op de Vlissingse sintelbaan hebben Hein Cujé en Staf Dobbelaere woensdagavond aan een klein groepje belangstellenden een zenuwslopend duel laten zien in de strijd om de Zeeuwse kampioenstitel op de 10.000 meter.

Cujé, die de laatste tijd steeds beter loopt, was ook deze avond uitstekend in vorm en ongeveer vier ronden voor het einde moest de Marathon-athleet dan ook capituleren, toen de Middelburger een forse tussensprint produceerde. Met ruim verschil ging Cujé als eerste door de finish en zijn tijd was zo goed dat hij een nieuw Zeeuws record (32.36.8) op zijn naam bracht. Ook Staf Dobbelaere bleef met zijn (32.54.5) nog ver onder het oude record dat met 33.48 op zijn naam stond.

Voor de race gingen zeven athleten van start voor de 25 ronden. Reeds na een tweetal ronden hadden Arie Bilius, Hein Cujé en Staf Dobbelaere zich afgescheiden van de overige lopers door een tempo dat zeer hoog lag. Deze imponerende snelheid schrikte ook Bilius af, die zoals gewoonlijk in een prachtige stijl liep, maar op deze afstand toch niet opgewassen bleek tegen het stug doordraaiende duo Hein Cujé/Staf Dobbelaere. In de zevende en achtste ronde begon de achterstand van Bilius zich reeds af te tekenen.

Doordat de beide koplopers vrijwel steeds in iedere ronde (400 meter) onder de tachtig seconden bleven, begon zich langzaam maar zeker een verbetering van het Zeeuws record af te tekenen. Als tussentijden werd voor het tweetal genoteerd: 3 km: 9 min. 45 sec.; 5 km: 16 min. 16 sec. Vier ronden voor het einde moest ook Staf Dobbelaere capituleren toen Hein Cujé er plotseling nog een schepje bovenop gooide en met een demarrage een gat tussen hem en de Marathon-loper liet vallen. De stopwatches bleven staan op 32 min. 36.8 sec. op het ogenblik dat de Middelburger door de finish ging. Cujé bleef zodoende niet minder dan 1 minuut 11.2 seconde onder het bestaande record.

De uitslag luidt: 1. (en Zeeuws kampioen) Hein Cujé (E.M.M.), 32.36.8; 2. Staf Dobbelaere (Marathon) 32.54.5; 3. Arie Bilius (Zeeland Sport) 34.21; 4. S. J. Huigh (Marathon) - die als A-junior meeliep – 37.19; 5. Zwartepoorte (E.M.M.) 37.36.

Hein Cujé werd Zeeuws cross-country kampioen

uit PZC van 19 maart 1956

Op het Molenparcours bij Schoondijke heeft men voor de zoveelste maal een verbeten strijd kunnen zien tussen de rivalen Staf Dobbelaere en Hein Cujé. Ditmaal had het boeiende duel tussen deze twee atleten de Zeeuwse cross-country titel tot inzet. In 1953, 1954 en 1955 werd dit kampioenschap, door Staf Dobbelaere veroverd. Maar ditmaal bleek de concurrentie van Hein Cujé zo sterk, dat de Schoondijkenaar moest capituleren voor de zoveel jongere Cujé, die dus nu de titel voor zich opeiste.

Dobbelaere capituleerde echter niet zonder meer. Vrijwel het gehele, 7800 meter lange parcours bleven de atleten bij elkaar lopen. Pas in de laatste van de zes af te leggen ronden gaf Dobbelaere zich gewonnen, toen Hein Cujé plotseling het tempo fel opvoerde. Onbedreigd ging de Middelburger tenslotte door de finish.

Bij de a-junioren ondervond Siem Huigh geen tegenstand van betekenis. Reeds spoedig nam hij een voorsprong en ook hij finishte onbedreigd. Een felle sprint was bij de b-junioren te zien. Casper Mulder van E.M.M. won met een borstbreedte van Rein Swint van Zeeland Sport.

Senioren: 1. en Zeeuws kampioen. Hein Cujé, 7800 meter in 27 min. 11,2 sec.; 2. Staf Dobbelaere, 27.24,1; 3. Hans Bostelaar, EMM, 29.30,3; 4. Jozef Picavet, Hulst, 29.56,1; 5. P. de Rover, Hulst, 32.49; 6. A. de Bel, EMM, 32.57; 7. G. Rots, EMM, 33.59;

Zondagmiddag zegevierde Hein Cujé in Zwijnaerde (B). In deze cross legde Staf Dobbelaere beslag op de tweede plaats. De winnaar van deze cross in 1954 en 1955, Laga uit Oudenaerde, moest nu genoegen nemen met de derde plaats. Siep Huigh werd bij de junioren vijfde.

uit Scheldebode van 15 augustus 1957

De Zeeuwse athletiek beleefde dit weekend onopgemerkt een mijlpaal in de athletiekhistorie. Immers drie Zeeuwen n.l. Hein Cuje, Willy Cijsouw en Marie Poissonnier speelden een aktieve rol in de titelstrijd in Den Haag. Voorheen hebben wij op de B-kampioenschappen vaak een rolletje gespeeld maar op de A-kampioenschappen kwamen wij er praktisch niet aan te pas in Zeeland. Met wat meer geluk zou Zeeland deze week drie A-titels hebben gehad.

Hein Cuje zet zijn opgaande lijn voort en na zijn prachtig nationaal steeplechase rekord in Brussel wist hij zondag de 10 km titel op zijn naam te zetten en de wijze waarop hij de tegenstand w.o. de titelhouder Frans Kunen afslachtte maakte diepe indruk. Een klasse apart was deze taaie Middelburger.

Willy Cijsouw heeft haar belofte van Utrecht op de 80 m horden niet ingelost dit jaar. Haar 11,3 sec. waarmede ze aan de nationale top staat begint te vervagen, nu zij door Corrie van den Bosch uit Vught werd verslagen met een tijd van 11,5 sec, terwijl ze zelf maar 11,6 sec. haalde en dit met een wind waarbij op alle sprintnummers droomtijden werden gemaakt. Hoewel haar blessure en de korte gedwongen rustperiode haar ongetwijfeld parten heeft gespeeld, kunnen we niet ontkomen aan de gedachte, dat zij de goede vechtmentaliteit mist. Een Corrie van den Bosch met minder kapaciteiten, maar een heel sterke mentaliteit kan zij ongetwijfeld tot voorbeeld nemen. Jammer dat de titel nu voor Zeeland verloren ging. Op 18 augustus start Willy in Edinburgh. We zijn benieuwd of ze daar het seizoen nog goed kan maken.

Fraai was de tweede plaats van Marie Poissonnier, de pupil van Staf Dobbelaere van Marathon, die op het nieuwe damesnummer de 800m goed partij gaf en slechts op twee meter achterstand in een nieuwe Zeeuwse rekordtijd de A-titel naar een ander zag gaan. Toch zien we in dit Schoondijkse meisje nog veel toekomst op dit nummer.

Alles bij elkaar echter een Zeeuws sukses waarmede we meer dan tevreden mogen zijn.

uit Scheldebode van 17 oktober 1957

Het actieve Marathon-loopstertje Marie Possoinnier uit Schoondijke heeft in Rotterdam opnieuw laten zien, dat de 800m haar nummer is door alle concurrentie kansloos te laten. Haar overmacht was zo groot dat zij elke steun miste om te komen tot een recordverbetering. Haar goede tijd van van 2.20.6 min. was nog enkele seconden te hoog. In elk geval wordt dit pupilletje van Staf Dobbelaere een sterke troef voor het volgende seizoen.

Stan Dobbelaere gaat een motel bouwen

Besluit van een sportcarriere

uit Zeeuws Dagblad van 5 december 1959

SCHOONDIJKE - De bekende atleet Staf Dobbelaere gaat aan het eind van zijn sportcarrière een motel bouwen. Nu de spikes voorgoed (?) in de kast opgeborgen zijn betekent dit nog niet dat de heer Dobbelaere zijn energie ook aan de kant heeft gezet. Integendeel, er is slechts sprake van een nieuwe fase in zijn leven. Schoondijke dat in het achterland van de kustgemeenten een waardevolle bijdrage kan leveren in de algemene recreatieve plannen, krijgt dus binnen afzienbare tijd een motel. Weliswaar zijn de goedkeuringen nog niet allemaal binnen, maar het ziet er niet naar uit dat het met de plannen van de heer Dobbelaere slecht zal aflopen.

Het ligt in de bedoeling dat het motel(letje) ruimte zal bieden aan een kleine twintig slaapgasten en de toevallige omstandigheid dat het gebouw vlak naast de garage van Gijssels komt te staan kan zowel voor de garage als voor het motel alleen maar een voordeel betekenen.

Het verschil tussen een hotel en een motel is natuurlijk niet zo heel erg duidelijk - aldus de heer Dobbelaere. Maar het plan is dat de kamers alle een vrije uitgang naar buiten hebben. De gasten moeten zich dus totaal zelf kunnen behelpen. Er komen in totaal zeven zit-slaapkamers. In al die kamers zullen een douche, een toilet en een aanrecht ingebouwd worden. Hygiëne is voor een sportman van uitzonderlijk belang. Het is dan ook niet te verwonderen dat de heer Dobbelaere daar bijzondere aandacht aan besteedt. Commercieel bezien is dat trouwens een voordeel want comfort in de vorm van voldoende sanitair is bij de vakantieganger zeer in trek.

De sport zal in het nieuwe motel ongetwijfeld nog vaak onderwerp van gesprek worden als de plannen geheel kunnen doorgaan zullen twee sportcracks hun krachten bundelen om de nieuwe zaak tot bloei te brengen. De heer Dobbelaere is n.l. van plan om zijn nieuwe zaak samen met de Zeeuwse beroepsrenner Jan Westdorp te gaan drijven. Een soort compagnonschap dat dus rechtstreeks verband houdt met een vriendschap die op de sintelbanen is gegroeid. Geheel in overeenstemming met vroegere prestaties ligt, het ook thans in de bedoeling dat er snel wordt gewerkt. Als alles goed gaat hoopt de heer Dobbelaere nog voor de zomer zijn nieuwe zaak te kunnen openen.

Of het nu met de sport voorgoed van de baan is? Nee, dat zeker niet. Op het ogenblik heeft Staf te weinig tijd. Dat laat zich wel verstaan. Maar als de grootste drukte voorbij is hoopt hij nog heel vaak de oude glorie te beleven. En die oude glorie was niet mis, Vele honderden malen heeft de naam Dobbelaere bovenaan de krantenpagina's geprijkt. Staf heeft een eindeloze berg knipsels bewaard. In elk geval genoeg om er een hele roman van samen te stellen.

Op 20 maart 1937 liep Staf zijn eerste wedstrijd, weliswaar niet met het eclatante succes dat hem later beroemd zou maken, maar de prestatie was toch op z'n minst genomen verdienstelijk. Staf eindigde in die eerste wedstrijd als vierde.

Nauwelijks anderhalf jaar later wist hij nota bene het juniorenkampioenschap van Nederland op de 800 meter te behalen. Sinds die dag was zijn roem gevestigd en hij had letterlijk alles voor de athletiek over. Soms gebeurde het - vooral in de oorlogsjaren - dat hij een slordige honderd kilometers (en zelfs meer) op de fiets aflegde om een bepaald wedstrijdterrein op tijd te bereiken.

In 1940 werd Staf bij de nationale kampioenschappen tweede, in 1941 eindigde hij als derde en in 1942 weer als tweede. Inmiddels was 1941 het glorieuze jaar dat hij zelfs Wim Slijkhuis klopte. Dat was in Schoondijke over een afstand van 1500 meter. Staf is nu veertig jaar en zijn roem is zo langzamerhand geschiedenis geworden. Of mogen we verwachten dat zijn motel straks een nationale faam krijgt? De toekomst zal het leren.

En dan is er de kast waarin de zweetdruppels van Staf Dobbelaere zijn gestold. Het is een verzameling van gouden, zilveren en bronzen medailles geworden, waar een gewoon mens „U" tegen zegt. In zijn nieuwe zaak zal deze kast ongetwijfeld weer een ereplaats krijgen.

De andere Staf Dobbelaere heette Frij of Van de Bosch of De Groot

Joop van den Berg, uit PZC van 4 december 1969

SCHOONDIJKE - Zeg in Zeeland - en trouwens ook ver buiten de provinciegrenzen - ,Staf Dobbelaere' en negen van de tien toehoorders zien dan nog altijd het beeld opdoemen van de pezige, magere atleet, meestal sprintend in de voorste linies! Maar er was ook een andere Gustaf Willem Dobbelaere. Die andere Dobbelaere heette Gustaf Willem Frij of Jos de Groot of Guus van de Bosch of Jan Hendrik Ebels. Dobbelaere nu daarover: "Ja, ik heb in de bezettingstijd heel wat schuilnamen gehad. Die naam Frij was zo doorzichtig, want zo symbolisch, dat ik wel eens in m'n rats zat als ik met dat bewijs op zak gecontroleerd werd".

Die andere Dobbelaere was de koelbloedige verzetsstrijder die als lid van een sabotage groep vooral in de buurt van Rotterdam het de Duitsers lastig maakte: overvallen op distributiekantoren, overvallen op SS-posten, enfin de verhalen die nu al duizenden keren verteld zijn. Verzetsstrijder Dobbelaere moest ook wel eens meedoen aan een liquidatie. Hoe voelde hij zich dan. Staf: Net als voor een belangrijke atletiekwedstrijd. Nerveus en misselijk bijna. Maar als we bezig waren was het over. Een keer was ik blij dat het niet doorging, achteraf. We loerden al een tijd op een verrader maar wij kregen hem niet te pakken. Anderen wel. Wie, dat wisten we niet eens. Maar de volgende dag lagen op de plaats waar hij doodgeschoten was vele willekeurig opgepakte burgers, vermoord door de Duitsers. Toen was ik blij dat wij hem niet te pakken hadden gekregen.

Nog altijd heeft Staf Dobbelaere een paspoort waarin staat: Houder van dit bewijs was gedurende de Duitse bezetting van het vaderland lid van de sabotage groep van de LKP'. Maar het opvallende is dat ,vaderland' het vaderland' van Staf Dobbelaere niet is: hij is (en hij blijft) Belg.

En vlak na de oorlog was dat bijna niemand bekend. Ad Paulen, voorzitter van de KNAU (Koninklijke Nederlandse Atletiekunie) ook niet. In het eerste nummer van Officiële Mededelingen uit de Athletiekwereld na de oorlog (1 juli 1945) stond de naam van Dobbelaere voorop toen hij de atleten die verzetsstrijder waren geweest eerde. Schreef Ad Paulen: Tenslotte is er een gevoel van trots bij de gedachte aan hen, die uit de athletiek zijn voortgekomen en bij de bevrijding en de voorbereiding hiertoe gedurende lange en spannende maanden, in de voorste gelederen hebben gevochten. Illegaal en legaal. Dobbelaere, Petit, Toonen, Wunderink, Ten Brugge Cate en vele anderen thans nog onbekenden'.

Waarom deed hij het als Belg? Dobbelaere, Ach, je rolt er natuurlijk ook toevallig in. Maar ik ben wel ontzettend Koningsgezind. Kom niet aan het Nederlandse koningshuis ,Geen Nederlandser Belg in heel ons vaderland dan Staf Dobbelaere! ben je dan geneigd te denken. Maar Gustaf Willem denkt daar toch zelf anders over: Na de oorlog ben ik er nog wel even mee bezig geweest me tot Nederlander te laten naturaliseren; ook al omdat ik een meisje uit Rotterdam trouwde. Maar toen ik er wat moeite voor moest doen, liet ik het maar zo. Ik voelde toen al meer voor een verenigd Europa en ik voel me meer Europeaan dan Belg of Nederlander. Wat doet het er toe of je nu Fransman, Zwitser of Nederlander bent?'. En dan bewijst hij zijn dualisme: ,Als ik aan het koninklijk huis denk voel ik me Nederlander. Maar als ik naar een sportwedstrijd tussen Belgen en Nederlanders ga hoop ik altijd dat de Belgen winnen, Als twee renners van gelijke klasse, Eddy Merckx en Jan Janssen bijvoorbeeld, met elkaar strijden, zie ik het liefst Merckx winnen. Dan voel ik me dus weer meer Belg. Maar voor de rest zou ik toch niet graag Belg zijn, al ben ik het.....

Een enorm gekrakeel is er trouwens geweest om de nationale status van Staf Dobbelaere in de Nederlandse en Belgische atletiekwereld, Lange tijd aarzelde niemand: Staf woonde immers in Nederland, Staf was immers lid van Nederlandse atletiekclubs (AV'36 uit Amsterdam en Marathon in Vlissingen). En dus kon hij in 1938 al - 17 jaar oud - Nederlands junioren-kampioen op de 800 meter worden. Hoewel hij onderduiker was, nam hij in de jaren 40-'45 ook regelmatig aan atletiekwedstrijden deel. Ook dat natuurlijk onder schuilnamen. Dobbelaere, ik had vaak geluk. Er was zelfs een keer iemand van de verkeerde kant die me een tip gaf dat er tijdens de wedstrijden een razzia in het Olympisch Stadion zou worden gehouden.

Vrij plotseling begon het gekrakeel om Dobbelaere's nationaliteit toen de KNAU hem argeloos begon op te stellen in nationale ploegen (voordien had hij trouwens ook al als Nederlander aan vele wedstrijden meegedaan) Het was in het begin van de vijftiger jaren dat secretaris Jo Moorman van de KNAU briefjes van de KBAB (Koninklijke Belgische atletiekbond) als de volgende ontving:

Geachte Meer Moerman,

Een onzer leden doet ons opmerken dat Staf Dobbelaere aangesloten bij Marathon Vlissingen van de KNAU en eveneens aangesloten bij AS Rieme van de KBAB van Belgische nationaliteit verleden jaar deel uitmaakte van de nationale KNAU ploeg.

Dit schijnt juist aangezien wij de naam van. G. W. Dobbelaere als 48e vinden van het ICC-Kampioenschap van 31 maart te Nieuwpoort.

Indien het over dezelfde Belgische athleet gaat die ook onder de oranje-kleuren de Cross van Le Soir betwistte, verzoeken wij u ons te melden of u wel weet dat Dobbelaere van Belgische nationaliteit is.

Hoogachtend

E. Clemmé

Secretaris-Generaal.

Moerman schreef de heer F. A. Kolijn van Marathon dat hij altijd gedacht had met een ,volbloed Nederlander' te maken gehad te hebben. En de KBAB liet hij weten: dat ons de Belgische nationaliteit van Staf onbekend was. Staf was in 1938 jeugdkampioen van Nederland op de 800 meter, dook in 1942 onder, aangezien hij zich aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland van Nederlandse onderdanen wilde onttrekken. Dezerzijds heeft derhalve nooit enige twijfel bestaan over de nationaliteit van deze sympathieke atleet. Wij zullen thans echter hem persoonlijk naar zijn juiste nationaliteit vragen. En dat was dan wel begrijpelijk want diezelfde Jo Moerman schreef op 12-9-1944 bijvoorbeeld aan Dobbelaere een briefje met onder meer de volgende passages: Vorige week kon ik je in verband met de aangekondigde razzia niet begroeten en je reiskosten met je verrekenen. Schrijf me nog even wat je onkosten waren, ik zal ze je dan per omgaande zenden. lk denk dat je met je gedachten thans wel in Schoondijke zit, want de Engelsch-Amerikaansche formaties zijn thans heel dicht in de buurt van je ouderlijke huis'...

Enfin, Staf trok zich van het gekrakeel weinig aan, Nam toch wel deel aan de crosswedstrijden (of het nu was als Nederlander of als Belg) en mocht tenslotte wel mee rennen in officieuze Nederlandse ploegen.

Lang, heel lang is Staf actief gebleven: tot dicht bij zijn veertigste jaar. In 1957 bijvoorbeeld kon de PZC nog berichten: ,Nog steeds is de rol van de 36-jarige atleet Staf Dobbelaere uit Schoondijke niet uitgespeeld! Zaterdagmiddag repte deze lichtvoetige veteraan' van de vereniging Marathon zich zo snel over het modderige Molenparkoers in zijn woonplaats dat niet één van zijn jeugdige tegenstanders in staat bleek hem voor te blijven. Door deze overwinning werd Staf Dobbelaere crosskampioen van Zeeland'.

Staf Dobbelaere - nu bijna 49 jaar: op nieuwjaarsdag aanstaande - wil allerminst de klok terugdraaien, maar is wel weer intensief in training gegaan. Meestal met de broers Sjaak en Bram Boekhout (die de helft van zijn leeftijd nog niet hebben bereikt) maar vaak ook alleen traint hij vier keer per week. Waarom? Dobbelaere: ,In de eerste plaats wil ik me zelf toetsen op 50-jarige leeftijd'.

De conditie van Dobbelaere (die er allerminst als bijna-49-jarige uitziet) is nog uitstekend. Hij heeft daar zelf een aardige anekdote over: Vroeger renden we maar wat. Maar nu gaat het allemaal wetenschappelijker. Als we 1000 meter hard gelopen hebben, neemt Sjaak zijn po1sslag op. Sjaak had 140. Dat is teveel, we moeten het iets rustiger aandoen, zei Sjaak. Maar ik had maar 120. Sjaak geloofde het niet. Dus liepen we even later weer 1000 meter en Sjaak toen mijn pols voelen. Weer 120'.

De prestatieloop in Oostkapelle heeft hem wakker geschud: Het doel was 10 km af te leggen in 48 minuten, maar in de laatste kilometer kreeg ik kramp en daarom deed ik er 49 minuten over. Nu loop ik de 10 km al weer in 43 minuten. En ik blijf voorlopig doorgaan.

De prestatieloop in Oostkapelle heeft ook zijn organisatietalent weer ontplooit: Op de eerste zaterdag van maart wil ik in het recreatieoord De Braakman een prestatieloop organiseren. Ik wil dat graag samen met de vereniging Scheldesport uit Terneuzen doen. We zetten een parkoers uit van 17 km en iedere 500 meter wordt aangegeven zodat iedereen na een uur kan zien hoever hij gekomen is. En toeschouwers verwacht ik niet, alleen maar deelnemers. Iedereen moet meedoen, al legt-ie in een uur maar een kilometer af. En veel meer verwacht ik ook niet van de pers'.

Staf Dobbelaere heeft nu alle tijd om te trainen. Hij is in Schoondijke eigenaar van een bloeiend motel (30 slaapplaatsen), verwelkomt in het vakantieseizoen veel doortrekkende Engelsen, maar houdt zich nu alleen bezig met wat karweitjes en zijn dertig duiven en de atletiek. Als we hem verlaten zien we achterin zijn wagen de spikes al weer gereed liggen.

Staf Dobbelaere zette parkoers voor uurloop uit in de Braakman

uit PZC van 27 maart 1971

SCHOONDIJKE - ,Het is toch een schandaal dat ik met mijn 50 jaar - ja ik heb Abraham al gezien - de meeste jonge mensen er nog uit loop. Dat zegt de inderdaad reeds 50-jarige Staf Dobbelaere uit Schoondijke, die tot circa twaalf jaar geleden een van de sterkste midden- en lange afstandslopers van Zeeland was. Staf is nu de grote promotor van de prestatie-uurloop die op zaterdag 3 april weer in het recreatiegebied van de Braakman in Zeeuws-Vlaanderen wordt gehouden. Voor de tweede maal is dit evenement volgende week zaterdag te beleven.

Vorig jaar waren er ongeveer 150 deelnemers. Dit jaar moet dat tenminste het dubbele worden', zegt Staf Dobbelaere, die zich erover opwindt dat hij in die prestatie uurloop er heel wat jonge atleten uit liep. Deze oud-atleet uit Schoondijke doet zaterdag 3 april zelf ook weer mee: "Vorig jaar liep ik in een uur bijna 14 km, maar nu wil ik tenminste 15 km afleggen". Hij hoopt dat er nu veel meer Zeeuws-Vlamingen dan vorig jaar aan de start zullen komen. Er zijn in Zeeuws-Vlaanderen toch ook jonge mensen genoeg.

Staf Dobbelaere organiseert de wedstrijd in samenwerking met de vereniging Scheldesport uit Terneuzen. Inmiddels heeft Staf het gehele parkoers al uitgezet. Elke 250 meter is aangegeven, zodat de deelnemers vrij nauwkeurig kunnen vaststellen welke afstand ze in een uur afleggen.

Het parkoers bestaat uit één grote ronde van 5 km en één kleine van 2 km, dat één of meermalen kan worden afgelegd. De start is op de Spanjaardweg en er kan tot 10 minuten voor de start worden ingeschreven. Het inschrijfgeld bedraagt 2 gulden. Staf Dobbelaere heeft het parkoers reeds zo vroeg uitgezet om de deelnemers in staat te stellen ter plaatse te gaan trainen.

Schoondijkse hazewind Staf Dobbelaere werd in 1938 Nederlands kampioen

door Edward Vermast uit De Stem van 3 november 1977

De nu 56-jarige (het is hem niet aan te zien) Staf Dobbelaere uit Schoondijke is nog steeds Belg, maar met pretlichtjes in zijn ogen, vertelt hij, dat hij als Belg (Ja, u leest het goed) in 1938 kans heeft gezien om Nederlands kampioen op de 800 meter hardlopen te worden. En zoals fantasten het wel eens voor willen stellen: op een slof en één schoen, was bij de sportman Staf pure realiteit.

Direct al na de start was zijn spike afgetrapt, zodat hij in feite op een spike kans heeft gezien de anderen op de 800 meter voor te blijven en zodoende Nederlands kampioen te worden. Toch is Staf Dobbelaere als Belg meermalen Zeeuws kampioen geworden en opgenomen geweest in de nationale crossploeg. In 1952 presteerde hij het zelfs om zowel in de Nederlandse als in de Belgische nationale ploeg opgenomen te worden.

Staf: „Waar is de tijd gebleven, toen ik als 18-jarige Schoondijkse „boerenjongen" op de fiets naar Amsterdam reed, om daar de 800 meter te lopen (ca. 2 minuten) en dan 's avonds op de fiets weer terug". „Nee", mijmert Staf "dan hebben ze het tegenwoordig heel wat makkelijker, vroeger liep je om te winnen en niet om records te lopen". En in zijn herinneringen terug duikend vertelt Staf het verhaal over de (toen al zuinige) Nederlandse Atletiekunie, die wegens geldgebrek slechts 7 lopers van de nationale ploeg in Wales kon laten lopen. Staf en zijn vriend Besters vielen af. Maar de twee vrienden werden via een inzameling aan wat geld geholpen. Met de vrachtauto naar Oostende gebracht daar met de boot over en in Engeland aangekomen, met de trein naar Wales. Om een lang verhaal kort te maken: Besters werd tweede en Staf derde Nederlander. De andere 6 uitverkoren lopers ver achterlatend.

Ook de oorlogsjaren zijn voor Staf Dobbelaere niet gemakkelijk geweest, maar naast zijn verzetswerk in Rotterdam en Amsterdam, had Staf toch nog de tijd zich intensief en succesrijk aan zijn geliefde hardloperij te wijden. Staf: „Ik trainde daar, als lid van de Amsterdamse Athletiek Vereniging (kortweg A.V.'23 genoemd), met o.a. Jan Blankers, Wim Slijkhuis en Fanny Blankers-Koen". Ook liep hij daar regelmatig mee in wedstrijden, maar dan wel onder schuilnamen, zoals G. Frij, van den Bosch en De Jong en trots toont Staf zijn toenmalige deelnemerskaarten, waarmee hij de bezetters om de tuin heeft geleid.

In het ledenboek van A.V.'23 dat in 1948, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan is uitgegeven, staat dan ook vermeld: „A.V. 1923, thans verder versterkt met Staf Dobbelaere, de in Amsterdam ondergedoken Zeeuwse Athleet, die onder tal van schuilnamen en pseudoniemen, o.a. als G.Frij, de rood-witte kleuren verdedigde en hiervoor menigmaal zijn leven in de waagschaal heeft gesteld. Op sportief gebied een 800 meter in 1.58.7 en in 1944 nog eventjes tussendoor een Nederlands kampioenschap met de heren estafetteploeg op de 4x400 meter.

K.N.A.U. voorzitter Ad. Paulen schreef daarom (en terecht) op de voorpagina van het eerste na-oorlogse KNAU-orgaan (1 juli 1945) "Tenslotte is er een gevoel van trots bij de gedachte aan hen, die uit de athletiek kringen voortgekomen, bij de bevrijding en de voorbereiding hiertoe, gedurende lange en spannende maanden, in de voorste gelederen hebben gevochten, illegaal en legaal.

Dobbelaere, Benson, Petit, Toonen, Wunderink, Ten Brugge Cate en vele anderen, thans nog onbekenden. Overigens heeft Staf Dobbelaere naast de nare en spannende oorlogsherinneringen toch nog tijd gehad, kennis te maken met een charmante vrouw uit Rotterdam, die als zijn vrouw niet van zijn sportieve zijde is geweken.

In de jaren na de oorlog, is Staf Dobbelaere, altijd een geliefd object geweest voor de sportredacties van de kranten. Kreten zoals de „modderspecialist" en de „hazewind", klonken Staf als muziek in de oren. Staf verteld daarom ook graag over een cross in Brussel in november 1952. „Al bij mijn vertrek 2 km. van huis, belandde mijn auto ondersteboven in een sloot. Gelukkig was een bevriende boer bij de hand, om de auto eruit te halen. Met een oude regenjas werd de auto uitgedweild, daarna in volle vaart naar Brussel. Daar had ik nog net tijd genoeg om me te verkleden, en met een buil op mijn kop, werd ik toch nog 40e" en hij voegt daar nog vlug aan toe" „Er waren meer dan 2000 deelnemers". Zijn vrouw toont trots de set koffielepeltjes, die toen zijn „prijs" was.

Hardlopen doet Staf niet meer, wegens een enkelblessure. Om zijn conditie op peil te houden, heeft hij zich een tweewieler aangeschaft, waarmee hij vele tientallen kilometers aflegt. Maar „sportminded" is Staf nog altijd, trouw volgt hij de uitslagen van de diverse wedstrijden en als hij dan de tijden hoort noemen, mompelt hij zachtjes voor zich uit: „Daar hadden wij nog niet over durven dromen".

Staf Dobbelaere: ik probeerde soms een haas in te halen...

Staf Dobbelaere (66) uit Schoondijke, die al voor de tweede wereldoorlog actief was, de 800 meter liep in 1.58,7 en de 400 meter in „53 en een beetje" aflegde. Een sportman in hart en nieren. Ging vooral op de fiets naar wedstrijden.

door Peter de Jonge, uit PZC van 31 oktober 1987

Het is al begonnen toen ik nog op de lagere school zat. Toen verliep ik mijn speelgoed. Dan zei ik tegen een paar jongens dat ze een stuk speelgoed zouden krijgen als ze met lopen van me zouden winnen. Af en toe liet ik ze ook maar winnen, anders zou ik al snel geen tegenstanders meer hebben gehad. Ik denk dat ik tien, elf jaar was. In de tijd waren wielerzesdaagses heel populair. Je had Pijnenburg en Wals, en Piet en Jan van Kempen. Wij deden dat op het schoolplein na. Met koppels om een boom lopen. In het speelkwartier liepen we vijftien minuten aan een stuk rondjes. Of we maakten in een wei een piste van bieteblaren. Elke avond zesdaagse lopen. Een goeie met een slechte, dus ik had altijd de slechtste maat.

Later ben ik lid geworden van een atletiekvereniging in Groede. Odidas heette die. Ons Doel Is De Algemeene Snelheid, betekende dat geloof ik. Kloppen die eerste letters? Dan zal het wel zo geweest zijn. Het trainen stelde niet veel voor. We kwamen op zondag bij elkaar. Meestal trainde ik alleen. Toen ik later in Oostburg naar school ging, reed ik er op de fiets heen. Terug namen jongens mijn fiets aan de hand mee en ik liep. Dat was een kilometer of vijf. Ja, dat werd natuurlijk wel gek gevonden.

Zondag was ik nog op het strand en sprak ik iemand, die in die tijd ook aan atletiek deed. ,Weet je nog Staf, dat ze ons toen voor zot verklaarden". En nu doet iedereen het. Ik zocht zelf maar zo'n beetje uit hoe ik moest trainen. Ik las wel eens iets over de training van buitenlandse atleten en daar nam je wat van over. Ik deed veel interval: door van elke training een denkbeeldige wedstrijd te maken. Als ik in mijn eentje een tien kilometer liep, deed ik net of er een aanval kwam en dan versnelde ik.

Wij hadden thuis een café, een kolenhandel en een vrachtwagen. In het najaar als het bietentijd was, reed ik met bieten. Die moesten met een riek geladen worden en de chauffeur werkte zelf mee. Mijn vader reed ze daarna naar de fabriek in Sas van Gent, want je moest er soms wel twee, drie uur wachten en daar had ik een hekel aan. In de tussentijd, ging ik lopen. Het gebeurde wel dat ik drie keer op een dag trainde. Het gaf niet waar ik liep. Soms op omgeploegd land. Dan zag ik een haas en die probeerde ik in te halen. Ik wist natuurlijk wel dat dit nooit zou lukken, maar ik had dan een doel hè, als ik op dat land liep.

Wedstrijden waren er nog niet zo veel in die tijd. Daar moest je hele reizen voor maken. Op de fiets naar Amsterdam. Ik vertrok op zaterdag, reed naar mijn oom in Rotterdam waar ik bleef slapen. Zondagochtend fietste ik dan naar Amsterdam, liep mijn wedstrijd en fietste terug naar mijn oom. Op maandagmorgen kwam ik dan naar huis. Ik was een 400- en 800 meter-loper, maar ik heb later voor langere afstanden gekozen. Dat kwam door die fietstochten. Dan dacht ik: zo'n eind rijden voor maar twee minuten hardlopen... laat ik maar eens een vijf of tien kilometer doen.

In Amsterdam ben ik Nederlands kampioen geworden bij de junioren. Mijn enige Nederlands kampioenschap, individueel. Op 28 september 1938 won ik de 800 meter in 2.08.9. Jaren later ontdekten ze dat ik Belg was. Ik ben wel in Schoondijke geboren, maar m'n vader was Belg. Die titel heb ik gewoon gehouden. Net als mijn nationaliteit. Ik ben nog Belg. Het is goedkoper. Een paspoort kost maar twintig francs. Naar dat Nederlands kampioenschap ben ik met de trein

gegaan. Een boerenjongetje dat van toeten noch blazen wist. Ik weet nog dat net na de start van de 800 meter iemand op mijn nieuwe spike trapte. Daar was gelijk een stuk uit. Ik heb hem uitgetrokken en heb verder gelopen op een spike en een bloedende voet. Een neef van me, die schoenmaker was, heeft later weer een nieuw stuk in die spike gezet zodat ik er nog jaren op gelopen heb. Ik ging altijd alleen naar zo'n kampioenschap. Net als naar de wedstrijden. Geen begeleider, geen trainer, geen masseur. Ik heb trouwens nooit een trainer gehad. Behalve in de oorlog. Ik heb elf maanden ondergedoken gezeten in Amsterdam. Daar trainde ik met Wim Slijkhuis. Fanny Blankers-Koen en Frits de Ruiter onder leiding van Jan Blankers, de man van Fanny. Eerst liepen we op het Olympiaplein, maar daar werd het me te heet onder de voeten en ben naar het terrein van de Amsterdamse Politie sportvereniging gegaan. Het was wel gevaarlijk om met wedstrijden mee te doen. Ik had natuurlijk valse persoonsbewijzen. Ik heette Guus Vrij of Guus van den Bosse.

Op een bepaald moment ben ik nog ontsnapt aan een razzia. Ik werd gewaarschuwd door Tinus Osendarp, die op de Olympische Spelen in Berlijn derde was geworden op de honderd meter achter Owens en Metcalfe. Osendarp, die van de foute kant was, vroeg aan mij waarom ik toch zoveel waagde om aan atletiek te doen. Als ik jou was, Staf, zou ik zondag niet naar de wedstrijd komen", zei ie tegen me. Die zondag is er een razzia geweest en zijn er goeie bekenden van mij opgepakt. Waarom Osendarp, die NSB-er was en daardoor misschien op de hoogte was van de razzia, mij wel en anderen niet heeft gewaarschuwd weet, ik niet. Ergens zette je je leven op het spel om mee te doen. Waarom? Ik zal je wat vertellen van de duivensport. In de oorlog moesten alle duiven geslacht worden, maar ik ken toch duivenmelkers, die hun duiven onder de vloer van de kamer staken omdat ze ze niet kwijt wilden.

Ik vraag me wel eens af of ik in deze tijd hetzelfde zou hebben bereikt. Toen waren er tien tot vijftien atleten op een Zeeuws kampioenschap, nu tweehonderd. Toch denk ik dat ik ook in deze tijd succes zou hebben gehad. Er zullen er niet veel zijn, die er zo veel voor over hebben als ik. Al kun je de tijden niet met elkaar vergelijken. De verschillen zijn enorm. Wat accommodatie, materiaal, voeding en medische verzorging betreft. Naar een dokter ging ik nooit, naar een masseur ook niet, terwijl ik zelf in de oorlog in Amsterdam mijn diploma sportmasseur heb gehaald. Je hartslag opnemen na de training was er niet bij. Je liep tot je niet meer kon, rustte uit en liep weer verder. En voor extra voeding nam je bruine bonen. Elke week een paar keer. Dat was goed, zeiden ze.

Op het gebied van kleding is er misschien niet zo veel veranderd. Het ziet er nog altijd hetzelfde uit. Ja, het materiaal zal wat anders zijn. Toen ik indertijd lid werd van Marathon, heeft m'n moeder een paar broekjes gemaakt uit een Nederlandse vlag. Daar hadden we er toch drie van liggen. Omdat er rood en wit in zat, de kleuren van Marathon, hebben we er een opgeofferd. Als shirt droeg ik een interlockje met het clubembleem op de borst genaaid. Mijn eerste spikes waren drie maten te groot. Gelukkig liepen de veters achter langs je hiel, zodat je ze flink vast kon trekken.

Trainen deed je op van die gewone gymnastiekschoentjes van een tientje. Met van die dunne zooltjes, waar je elk steentje doorheen voelde. Daar heb ik nog steeds zere poten van. De gewrichten, hè. Ik heb ook nog een club gehad op Schoondijke. Met alleen meisjes. Ik maakte een baantje achter de goals om. Ik maakte zelfs een klein, smal mesje op de grasmaaier, waarmee in het gras een lijn werd gemaaid, want de voetballers vonden het niet leuk dat er andere kalklijnen werden getrokken. Drie banen van een meter twintig breed over het veld en achter de doelen langs. En dan ook nog eens zes honderd meter banen. Kun je wel nagaan hoe vaak ik daardoor met de grasmaaier rond moest. Daar hielden we ook wedstrijden op. Slijkhuis is geweest en Fanny Blankers. Dan stonden er duizenden mensen te kijken.

Het vervelende is dat ik in de slechtste tijd, de oorlog, op m'n best was. Ik ben ook nog mee geweest naar landenwedstrijden. Met de Nederlandse ploeg. In Wales heb ik het wereldkampioenschap veldlopen meegedaan. De eerste negen van het Nederlands kampioenschap mochten mee, maar de bond had maar voor zeven man geld. Ik was negende geworden en Besters uit Halsteren achtste. Ik zei: ik ga toch en betaal het zelf. Voor Besters hebben ze in Halsteren een inzameling gehouden. De Nederlandse ploeg ging met het vliegtuig, maar dat konden wij niet betalen. Mijn vader bracht ons met de vrachtauto naar Oostende, waar we op de boot gingen. Met de trein naar Victoria Station in Londen en van daaruit naar Newport in Wales. Van de zeven, die met het vliegtuig waren gegaan eindigde er maar een voor ons. Besters was de tweede Nederlander, ik de derde.

Sinds ik aan mijn meniscus ben geopereerd loop ik niet meer. Ik liep altijd met een kameraad, die dertig jaar jonger is dan ik. Die kan het niet kalm aan doen als we aan het lopen zijn. Hij wil winnen. Net als ik, hoor. Ik weet dat ik me over de kop zou lopen als ik toch weer zou beginnen. Weet je hoe ik me nu jong hou? Ik doe aan conditie zwemmen. Samen met allemaal jonge vrouwtjes. Leuk, hè."

Staf Dobbelaere als verzetsman en atleet

Op kapotte spikes naar enige Nederlandse titel

door Edith Ramakers, uit PZC van 7 november 1994

Oude Atletiekwerelds, krantenberichten, foto's, medailles en uitslagenlijsten zitten diep weggestopt in een kartonnen doos. Voor twee diploma's heeft Staf Dobbelaere een uitzondering gemaakt. Die hangen op een speciale plaats in zijn kamer. Het zijn de oorkonden die horen bij de Nederlandse titel op de 800 meter voor junioren in 1938 en de deelname aan de Canadese bevrijdingsmars over 33 Zeeuws-Vlaamse kilometers. In een oogopslag wordt Staf Dobbelaere versmolten tot verzetsman en atleet.

Oorlog en atletiek zijn ook de twee onderwerpen waarover hij gedreven spreekt en die zijn karakter voor het grootste deel gevormd hebben. Nog steeds kan Dobbelaere, geboren op 1 januari 1921, niet zomaar een wandeling met zijn vrouw Magda maken. Hij kijkt steevast eerst op zijn klok, schat dan in hoe laat ze terug moeten zijn en zet er stevig de pas in. „Ik kan niets rustig doen. Dat zal wel met mijn verleden te maken hebben. Het gevoel opgejaagd te worden, tijdens een atletiek-wedstrijd of in het verzet. Dat zal ik mijn leven niet meer kwijt raken."

Tegen het einde van de oorlog werd Dobbelaere, die lid was van de landelijke knokploeg, de KP'ers, opgeroepen om mee te doen aan een inval op het Rotterdamse hoofdbureau van politie, het Haagse Veer.„Ik was heel licht, amper 56 kilo. Mijn ribben kon je tellen. Vandaar dat ik de aangewezen persoon was om door het wc-raampje binnen te komen." Dobbelaere wurmde zich door het raampje, waarna een groepje KP'ers naar boven ging om de gevangenen van de Duitsers te bevrijden. „Ik moest beneden in de hal van het bureau alles in de gaten houden. Er hing daar een heel grote klok. Elke seconde leek een eeuwigheid te duren. Het was de tweede keer dat we het Haagse Veer ingingen. Deze keer lukte het ons 46 gevangenen te bevrijden, maar de eerste keer was het mis gegaan. Ik heb veel vrienden zien sterven en heel veel langer had de oorlog voor mij niet mogen duren. Dan was ik er ook niet meer geweest."

Hij wist dat hij speelde met zijn leven, maar vond dat hij geen andere keuze had. Gustaaf Dobbelaere moest toch al op zijn tellen passen, omdat hij de arbeitseinsatz geweigerd had. „Maar dat was niet zo'n probleem. Ik had door mijn atletiek genoeg onderduikadressen. Elf maanden heb ik in Amsterdam ondergedoken gezeten. Daar trainde ik met Fanny Blankers-Koen, Wim Slijkhuis en Frits de Ruiter. In Rotterdam zat ik bij familie en bij vrienden. Daar heb ik mijn vrouw Magda ontmoet. Zij zat ook in het verzet." Onder de schuilnaam Guus Vrij of Guus Bosse deed hij aan

wedstrijden mee, maar hij stond aan gevaar bloot. Tinus Osendarp, de atleet die in 1938 op het EK in Parijs goud veroverde op de 100 en 200 meter en derde was geworden op de Spelen in Berlijn achter Owens en Metcalfe, redde zijn leven.

De NSB'er Osendarp vroeg aan Dobbelaere waarom hij toch zoveel risico's nam. „Hij zei: het is beter dat je zondag niet aan die wedstrijd meedoet. Ik ben toen niet gegaan en die zondag werd er een grote razzia gehouden. Osendarp heeft me gered. Ik heb nooit willen geloven dat hij heulde met de Duitsers, maar waarom heeft hij dan die keer niet iedereen gewaarschuwd?"

Zo af en toe kon de dorpsjongen Dobbelaere het in Amsterdam niet uithouden. Hij miste Schoondijke en zijn ouders. „Dat was tijdens mijn onderduiktijd in Amsterdam in 1943. Ik ging op de fiets naar Schoondijke en nam als camouflage een paar spikes mee. Ik moest niet opvallen. Na Antwerpen kwam ik in Brasschaat aan, waar heel toevallig een wedstrijd op het punt van beginnen stond. Ik mocht meedoen." Hij werd tweede op de 100, zesde op de 400 en vierde op de 1500 meter en had meteen een slaapplaats voor de nacht'.

De volgende dag kwam hij in Schoondijke aan, maar werd door zijn ouders niet verwelkomd zoals hij had verwacht. ,Er was thuis een Duitser ingekwartierd. Hij heette Fritz, dat weet ik nog goed. We besloten gewoon aan Fritz te vertellen dat ik Staf was, de zoon des huizes. Toen Fritz het hoorde, begon hij te stotteren: 'ik geef je een dag, dan moet je hier weg zijn'. Hij beschouwde het als landverraad dat hij mij niet direct aangaf. En daar ging ik een dag later alweer naar Amsterdam op mijn fietsje."

Staf Dobbelaere liet zich door niets uit het veld slaan. In het begin van de tweede wereldoorlog bij voorbeeld, toen de verbindingen naar de Randstad slecht waren, wilde hij per se aan de Silverrush in Duindigt meedoen. Vanuit Schoondijke fietste hij naar de cross, ik werd achttiende en keerde goedgemutst weer terug. Op de terugweg moest hij tegen harde wind optornen en toen een verhuiswagen passeerde, ging hij er aan hangen. „Een agent zag het en wilde me een forse bekeuring geven. Hij streek over zijn hart en ik kwam er met een boete van een gulden vanaf."

Door deze gebeurtenissen wordt de herinnering aan de oorlogstijd ingekleurd. Tijdens de Canadese bevrijdingsmars,die elk jaar op 1 november wordt gehouden, staat hij er nadrukkelijker bij stil.

die mars doe ik mee, zo lang als ik 33 kilometer aan een stuk kan blijven lopen. Er gaan stemmen op dat die mars moet verdwijnen. Dat mag nog niet gebeuren, daaraan zijn te veel mensen nog niet toe."

De ex-atleet van Marathon en het Amsterdamse AV'23 was in de kracht van zijn leven toen de oorlog uitbrak. In 1938 bewees hij dat bij het Nederlands kampioenschap voor junioren. Om precies te zeggen op 28 september 1938. Dat was op dezelfde dag dat de toenmalige premier Colijn het Nederlandse volk via de radio geruststelde dat de vrede niet in gevaar zou komen.

Opgewekt vertrekt Staf Dobbelaere die woensdag met de trein naar Amsterdam. Zijn nieuwe spikes zitten veilig in zijn tas. Hij reist alleen, zonder begeleider, trainer of familielid, maar dat deert hem niet. Hij voelt zich een boerenjongetje dat in het Olympische stadion iedereen wel eens iets zal laten zien. Want hij weet dat hij kans maakt op de Nederlandse titel op de 800 meter. Hij bindt zijn nieuwe spikes, die op de groei gekocht zijn, strak aan. Dobbelaere is zenuwachtig, maar dat gevoel verdwijnt meteen als hij het startschot hoort. In het begin van de race trapt er iemand op zijn rechter spike, hij hoort dat zijn spike inscheurt en maakt bijna een schuiver. Zijn bloedende voet steekt voor een groot deel uit zijn schoen, even twijfelt hij, uitdoen of zo verder lopen. Hij houdt in, maar besluit dan met een fladderende schoen verder te lopen. Zo begint hij aan de inhaalrace. „Het laatste rondje heb ik helemaal op kop gelopen. Dat was eigenlijk mijn stijl niet. Ik wilde altijd vanuit de achterhoede een sprintje inzetten, alsof ik opgejaagd werd. Maar in deze wedstrijd liep alles anders dan ik had kunnen voorspellen."

Dobbelaere wordt Nederlands kampioen bij de junioren in de tijd van 2.08.9. Hij begint alleen aan de terugreis. Maar hij zal verrast worden. Op het station in Vlissingen staat een afvaardiging van Marathon te wachten. „Dat was geweldig. Ik ben trouwens nog steeds erelid van Marathon." Later herstelt zijn neef, die schoenmaker is, zijn spike. „Ik heb er nog jaren op gelopen."

Zijn persoonlijke records op de 800 en 400 meter (1.58.7 en 53'en een beetje') hebben lang bovenaan de Zeeuwse ranglijst geprijkt. Enkele keren vertegenwoordigde hij Nederland bij crossen, zoals de Cross des Nations, in Wales en Brussel. De middenlange afstand had zijn voorkeur, ,,maar later ging ik me ook op de langere afstanden toeleggen. Dat komt door dat fietsen. Soms was ik twee dagen onderweg voor maar twee minuten."

Na die jeugdtitel reikte hij nooit meer tot de hoogste trede van het podium in Nederland. Frits de Ruiter en Sjabbe Bouwman troefden hem bij de senioren af. Hij werd in 1940 en 1942 tweede en derde op de 800 meter. Veel later kwamen ze er bij de atletiekunie achter dat hij Belg was. „Ik ben wel in Schoondijke geboren, maar had een Belgische vader en een Nederlandse moeder. Ik liep er gewoon niet mee te koop. Mijn titel heb ik nooit terug hoeven geven. Wel heb ik er nog aan gedacht om Nederlander te worden, maar dan had ik misschien ook wel de oorlog in Indonesië moeten meemaken. Ik had genoeg ellende gezien."

Staf Dobbelaere won zelfs van een paard

door Fred Rabout, uit De Stem van 20 augustus 1997

Staf Dobbelaere is inmiddels al 76 jaar. Werd geboren in Schoondijke op de koude nieuwjaarsdag van 1921. Oogt nog altijd goed getraind met zijn 76 kilo en 1 meter en 74 centimeter lengte. Geen buikje, geen grammetje vet. „Het enige wat me een beetje in de steek laat, is mijn geheugen," stelt, hij.

Desondanks is het boeiend luisteren naar de vele anekdotes van een sportman die het in Zeeuws-Vlaanderen helemaal alleen moest doen. Als junior op de fiets naar Amsterdam reed (met een tussenhalte in Rotterdam) en er de nationale titel op de 800 meter pakte. In Eede de strijd opnam tegen een paard. Op het weitje van Sturtewaegen. „Geheel Eede was uitgelopen. Ik pakte het paard op de 100 meter, liet me opnaaien om ook nog een rondje langs de wei te lopen. Toen was ik er natuurlijk aan. Het ging om een kilo boter. Was geloof ik in 1941. Oorlogsjaren dus."

Dobbelaere begon zijn loopbaan bij ODIDAS in Groede. Een weinig beduidend atletiekclubje zoals die er toen veel waren. We noteren het jaar 1937 „Er was geen enkele atletiekbaan in Zeeland. Het gebeurde allemaal op het gras. Vaak op de voetbalvelden. Korte tijd later ben ik lid geworden van Marathon in Vlissingen. Dat was al een stuk serieuzer. Met mannen als Jaap de Bock, Frans Naerebout en Ko Fliers. Weer een poosje later hebben we in Zeeuws-Vlaanderen een onderafdeling van Marathon opgericht. We hadden hier wedstrijden met duizenden toeschouwers. Nu niet meer voor te stellen, maar de tijden waren anders. Geen televisie, sporadisch een radio.

Nationaal brak ik door in 1938. De nationale kampioenschappen voor junioren waren in Amsterdam, maar hoe kom je daar vanuit Zeeuws-Vlaanderen? Een fiets met nog van die echte ballonbanden was mijn enige middel van vervoer. In Rotterdam hadden we kennissen. Daar kon ik overnachten. Ik won er de titel op de 800 meter. De tijd van 2.06,9 zal ik nooit vergeten. Ik liep trouwens vaak buiten de provinciale grenzen. Moest ook wel, want in Zeeland hadden we amper drie atletiekclubs die mondjesmaat een wedstrijd organiseerden. De oorlog kwam, maar het lopen ging verder.

Ik werd aangewezen om naar Duitsland te gaan werken. Dat vertikte ik en dook onder. Eerst in Amsterdam, waar ik door de atletieksport vele vrienden had. Liep daar wedstrijden onder de namen Vrij en Van den Bosch tot een journalist in de gaten kreeg dat ik Dobbelaere was. Stond een dag later in de krant en ik kon een ander onderduikadres zoeken. Ondertussen had Osendarp mijn leven al een keer gered. Een begenadigd atleet, die tijdens de Olympische Spelen in Berlijn op de 100 meter de enige blanke was die de finale wist te halen en er zelfs brons won. Hij was echter in die dagen een `foute Nederlander', maar redde wel mijn leven.

Er stond een wedstrijd in het Olympisch Stadion op het programma. Osendarp zei een paar dagen voordien: `Staf ik zou als ik jou was niet komen'. Ik nam de waarschuwing in dank af, ging niet en vernam een dag later dat er een razzia was geweest. Alle Joodse en ondergedoken atleten zoals ik waren opgepakt. Toen ging er wel wat door me heen. Een andere wedstrijd in die dagen die ik me nog goed herinner was in het Belgische Brasschaat. Het was me weer een keer te heet onder de voeten geworden. Ik was van Amsterdam naar Rotterdam vertrokken, leerde daar op het onderduikadres mijn vrouw kennen, om vervolgens in Dordrecht terecht te komen.

Ook daar moest ik om een of andere reden weg. Pakte de fiets en reed naar het zuiden. Een pastoor uit een Brabants dorpje hielp me de grens over. De spikes en atletiekuitrusting had ik altijd bij me. Vlak over de grens in Brasschaat zag ik op aanplakbiljetten dat er atletiekwedstrijden waren. Pakte de spikes uit en won zowel de 400 als 800 meter. Had daardoor weer slaapgelegenheid voor een paar dagen."

Zijdelings vertelt hij dat hij ondertussen tot over zijn oren in het verzet terecht was gekomen. „Je rolt daar vanzelf in. Ik zat in een liquidatiegroep, maar het gaat nu over de sport. Dat waren andere zaken." In de oorlogsjaren stond hij tijdens de nationale kampioenschappen jaarlijks op het erepodium. In 1949 tweede op de 800 en derde op de 5000 meter. In 1941 brons op de 800 meter en een jaar later zilver. In 1944 eindigde hij als tweede op de 400 meter. Na de oorlog verlegde hij zijn afstanden. „Ik vond het voor een 800 meter - zijn beste tijd was 1.58 waar nu nog vele Zeeuwse atleten zich op stuk bijten - die amper twee minuten duurde zonde van de verplaatsingstijden die ik er in stak. Ben op het langere werk overgeschakeld. Onder meer gaan crossen.

In 1951 kon ik me in Zwolle niet plaatsen voor de Cross der Nations, de voorloper van het wereldkampioenschap veldlopen. De eerste zeven gingen. Ik werd negende. Er was geen geld bij de bond. Ik vroeg of ik op eigen kosten de trip naar het in Wales gelegen Newport mocht maken. Dat mocht, maar ik wilde ook dat de nummer acht van Zwolle, ene Besters uit Halsteren, mee zou gaan. Ze hebben daar in Halsteren een collecte gehouden waarvan Besters wel drie keer naar Newport kon, Op welke plaats of ik daar geëindigd ben weet ik niet meer. Wel dat ik zonder spikes aan finishte, Die dingen zogen zich steeds vast in de blubber."

„Ik zag een Marokkaan die dingen uittrekken. Ik dacht wat hij kan, kan Staf ook. Hij deed ze echter uit omdat hij de wedstrijd vroegtijdig verliet. Ik had ze ondertussen in de tribune gezwiept naar de Nederlandse delegatie. Ook de cross van Le Soir in België was in die dagen een begrip. Werd gelopen op het domein van de vliegbasis Evere." „Ik had inmiddels een Renaultje vier. Drie supporters uit Schoondijke gingen mee. We hadden Schoondijke amper verlaten of lagen op onze kop in de sloot. Met zijn vieren hebben we de wagen uit de sloot gehaald, de schade bleek mee te vallen, getankt in IJzendijke want er was aardig wat benzine uitgelopen en naar Evere gereden. Ik was te laat om een startnummer af te halen, maar prentte aan de finish het nummer van mijn voorganger en die van de man die achter me eindigde in mijn hoofd en werd alsnog in de uitslag opgenomen. "

Dobbelaere had ook zijn manieren om het thuisfront van zijn prestaties op de hoogte te brengen. Telefoons waren schaars, de GSM's waren nog niet uitgevonden. Zijn vader was echter duivenmelker en hij nam er gewoon een paar mee naar de wedstrijd. Zo gebeurde het in een wedstrijd in Goes dat hij zowel de 800 als de 5000 meter won. Het thuisfront kreeg die middag twee vroege meldingen'. Een met een papiertje aan zijn poot dat hij de 400 meter had gewonnen en een paar uur later een die de winst op de 5000 meter overbracht.

Er waren naast de vele successen ook minder leuke ervaringen. Dat was onder meer het Nederlands kampioenschap over 25 kilometer dat hij naar Schoondijke had weten te halen. „Ik nam ook een gedeelte van de organisatie voor mijn rekening. Zo ging dat in die dagen. Ik wilde voor eigen publiek natuurlijk winnen en ging veel te hard van start. Iets wat me trouwens wel vaker opbrak. Tweehonderd meter voor de finish ging het licht volledig uit. Ze hebben me zelfs moeten afvoeren. Toen ik een paar jaar terug een Zwitsers atlete na een marathon in elkaar zag storten herkende ik mezelf daarin terug tijdens dat NK 25 kilometer. Het is een van de minst leuke ervaringen uit mijn sportloopbaan."

Dobbelaere was niet alleen atleet. Als er ijs lag was hij op de schaats actief. De West-Zeeuws-Vlaamse schaatsklassieker Sluis-Brugge-Sluis stond steeds in zijn agenda. Zo ook in 1963. „Vanuit Brugge belde er iemand naar Sluis dat ik als eerste in Brugge was gearriveerd. Dat kon volgens de kenners niet, hoorde ik later van mijn vrouw. Ik was ook geen wonder op de schaatsen. We hadden echter de stevige wind volledig in de rug. Aan de Syphons moest er, zoals nu nog steeds, gelopen worden en daar pakte ik de winst. Ik kon enorm snel mijn schaatsen uitdoen. Had de avond voordien er thuis nog eens extra op getraind. Mijn vrouw zat met de stopwatch de tijden te noteren. Het zou een snelle zijn die me op dit onderdeel zou verslaan. Op de terugweg werd ik echter ingelopen. Ik zat er totaal doorheen maar werd nog elfde.

Het ergste kwam even later toen ik bemerkte dat mijn `waterleiding' was bevroren. Verschrikkelijk, wat een pijn. Een vol uur heb ik met mijn klokkenspel onder de warm waterkraan gezeten. Ik had die andere mannen hun `zaakje' wel zien inpakken, maar dat was voor een man in conditie als Staf Dobbelaere toch niet nodig zeker. Ik heb het geweten, maar heb er gelukkig geen nadelige gevolgen aan overgehouden."

Herinneringen die gestalte krijgen als we ons naar de derde verdieping aan de Jacob van Ruysdaelstraat 12 in Schoondijke begeven. Een kist met de geur van de echte ouwe Hofnar-sigaren wordt geopend. De medailles liggen er kris kras wat aangeslagen bij. De prestaties en data zijn nog net leesbaar. Een kartonnen doos met plakboeken en krantenknipsels wordt vanachter een deur gehaald. Interessant materiaal. De reuk van het vergeelde papier alleen al. Het geheugen van Dobbelaere wordt duidelijk opgefrist. Ik ben het grootste gedeelte kwijtgeraakt toen ik mijn motel heb verlaten. De prijzenkast bleef er hangen, maar toen ik er een poosje later kwam was die met andere attributen gevuld. Mijn bekers heb ik nooit meer gezien." Een unieke sportman, die, zoals iedereen, te vroeg werd geboren. Een man die nog altijd moeite heeft met verliezen. „Ik fiets iedere zondag met mijn buurman, die vele jaren jonger is. Hij werkt en heeft door de week geen tijd om te trainen. Dat doe ik dan wel stiekem, want ik wil er niet afgereden worden." Dat is Staf Dobbelaere ten voeten uit.

In Memoriam Staf Dobbelaere (1921 – 2010). West-Zeeuws-Vlaming was markant mens

door Rene van Stee, uit PZC van 4 mei 2010

Als atleet, verzetsman en als vrachtrijder voor het vervoer van duiven in de duivensport. Zo zullen veel mensen zich Staf Dobbelaere herinneren. De Schoondijkenaar overleed vorige week op 89-jarige leeftijd. Dobbelaere werd op 28 september 1938 in Amsterdam Nederlands kampioen bij de junioren op de 800 meter. Een aantal jaren later werd ontdekt dat de West-Zeeuws-Vlaming Belg was. „Ik ben wel in Schoondijke geboren, maar m'n vader was Belg. Die titel heb ik gehouden. Net als m'n nationaliteit. Het is goedkoper. Een paspoort kost maar twintig francs", liet hij in 1987 optekenen.

Na zijn jeugdtitel reikte Dobbelaere niet meer tot de hoogste trede van het podium in Nederland. Bij de senioren werd hij in 1940 en 1942 tweede en in 1941 derde op de 800 meter. Maar zijn persoonlijke records op de 800 en 400 meter (1.58,7 en 53 'en een beetje') hebben lang bovenaan de Zeeuwse ranglijst geprijkt. Ook vertegenwoordigde hij Nederland enkele keren op de cross. Het erelid van de voormalige Vlissingse atletiekvereniging Marathon deed veel per fiets. Hij presteerde het zelfs om aan het begin van de oorlog vanuit Schoondijke naar Duindigt te rijden om mee te doen aan de Silverrush, een bekende cross.

In de oorlog was Dobbelaere actief in het verzet. Hoewel hij moest onderduiken, liep hij onder de schuilnaam Guus Vrij of Guus Bosse toch mee in wedstrijden. Als lid van de landelijke knokploeg was hij onder meer betrokken bij de succesvolle bevrijding van gevangenen van de Duitsers in het Rotterdamse hoofdbureau van politie.


Reageer!     Alleen geregistreerde bezoekers mogen reacties plaatsen.
Ben je nog niet geregistreerd? Lees dan eerst onderstaande forumregels en registreer als je deze accepteert.

Achternaam: Wachtwoord:

Atletiek Zeeland stelt inhoudelijke reacties op artikelen zeer op prijs. Zorgvuldigheid is echter een voorwaarde. Een reactie dient daarom te voldoen aan onderstaande forumregels.

Forumregels Atletiek Zeeland

>Een reactie op een artikel moet vanzelfsprekend betrekking hebben op het artikel waaronder het wordt geplaatst.
>De reactie mag uiteraard niet in strijd zijn met de Nederlandse grondwet.
>Een anonieme reactie is niet toegestaan. Een dergelijke reactie wordt zo spoedig mogelijk verwijderd. Ook een reactie onder valse naam is uit den boze!
>De inhoud van een reactie valt onder de volle verantwoordelijkheid van de auteur. Uiteraard behoeft Atletiek Zeeland de inhoud van een reactie niet te delen of te ondersteunen. Voor de inhoud van een reactie kan Atletiek Zeeland derhalve op geen enkele wijze aansprakelijk of verantwoordelijk worden gesteld.
>Het forum is louter bedoeld voor onderlinge discussie over het hardlopen in haar breedste vorm. Reclame voor evenementen of wedstrijden, commerciële uitingen en soortgelijke bijdragen zijn niet toegestaan. Ook het overbrengen van persoonlijke felicitaties, bedankjes of anderzijds horen niet thuis in het forum.
>In de bejegening van andere deelnemers aan het forum dient respect en wellevendheid het uitgangspunt te zijn. Scherp discussiëren is uiteraard mogelijk en zelfs wenselijk, maar de reactie mag nooit bedreigen, beledigen, discrimineren of nodeloos kwetsen. De reactie mag ook geen privé-gegevens van derden bevatten.
>Een reactie dient kort en bondig te zijn geformuleerd. Bovendien dient deze voor een brede groep begrijpelijk leesbaar te zijn.
>Het gebruik van BLOKLETTERS is niet toegestaan. Voorkom ook onnodige spelfouten in een reactie door gebruik te maken van spellingcontrole.
>Atletiek Zeeland gaat uit van de goede wil van de forumdeelnemers. Reacties die niet stroken met de hiervoor genoemde forumregels, worden zonder enige uitleg uit het forum verwijderd.

Registreer hier en respecteer bovenstaande forumregels bij het geven van een reactie.
 
Recente Zeeuwse prestaties meer prestaties
11-10: Vestingloop Bergen op Zoom (22)
11-10: BK 10 km Lokeren (9)
04-10: Familiajogging Hamme (1)
04-10: Krekentrail Moerbeke (7)
25-09: Baanwedstrijd Zwolle (1)
20-09: Vestingloop Willemstad (13)
19-09: 49e Gouden Spike Leiden (3)
17-09: Avondbaanwedstrijd Rotterdam (5)
13-09: NK A/B-junioren Amersfoort (2)
12-09: Baanwedstrijd Tilburg (3)
06-09: Vestingloop Hellevoetsluis (12)
05-09: Zeeuws kampioenschap Hulst (15)
03-09: Avondbaanwedstrijd Naaldwijk (6)
Atletiek Zeeland © 2020